Het noodpakket uit het Sinterklaasjournaal was grappig. Malle overheid, dachten we. Maar de grap houdt snel op. Want bij een échte crisis – oorlog, overstroming, langdurige droogte of een grootschalige cyberaanval – zijn een opwindradio en wat blikken soep niet genoeg. Als het noodpakket op is, wordt zichtbaar hoe kwetsbaar het dagelijks leven kan zijn.
Ook de aangekondigde noodpunten zijn logisch. Centrale plekken waar informatie en hulp samenkomen zijn nodig. Maar tussen het individuele noodpakket thuis en het gemeentelijke noodpunt ligt een grote ruimte. En juist in die ruimte wordt bepaald hoe weerbaar onze samenleving werkelijk is.
Meer dan zelfredzaamheid
Die ruimte heet gemeenschap. Zonder sterke gemeenschappen zijn we los zand. Weerbaarheid ontstaat niet in een doos op zolder van individuele huishoudens en niet in beleidsnota’s, maar in netwerken van vertrouwen, samenwerking en onderlinge zorg. In het collectief.
De overheid kan geen gemeenschap afdwingen, dat is waar. Maar het is ook te eenvoudig om gemeenschapsvorming neer te leggen bij individuele inwoners. Zeker op plekken waar sociale samenhang kwetsbaar is, waar mensen zich minder makkelijk organiseren of structureel alleen staan, ontstaat verbondenheid en samenwerking niet vanzelf. Wie daar uitsluitend inzet op zelfredzaamheid, vergroot de ongelijkheid.
Een gezamelijke verantwoordelijkheid
Juist daarom is samenwerking tussen inwoners en overheid essentieel. Inwoners brengen betrokkenheid, nabijheid en informele netwerken. De overheid heeft de verantwoordelijkheid en capaciteit om voorwaarden te scheppen: investeren in ontmoetingsplekken, het ondersteunen van bewonersinitiatieven en het actief bereiken van mensen die niet vanzelf meedoen. En dat vraagt nog werk, want in recent vastgestelde participatieverordeningen zien we dat inwonersparticipatie vaak al goed is uitgewerkt, maar dat veel gemeenten op het gebied van overheidsparticipatie helaas veel minder ambitieus zijn. Die ambitie is wel nodig, want gemeenschappen zijn geen luxeproduct van sterke wijken, maar een noodzakelijke schakel tussen individu en overheid.
Investeren, niet uithollen
Nederland kent gelukkig nog altijd veel sociaal kapitaal: verenigingen, bewonersgroepen en informele netwerken. Zij vormen de ruggengraat van gemeenschappen. Maar ze staan onder druk en als we op hen willen bouwen in crisistijd verdienen ze nu al onze aandacht. Hetzelfde geldt voor lokale overheden. Lokale bestuurders, ambtenaren en politicstaan het dichtst bij inwoners en hebben ervaring met maatschappelijke spanning en tegenstellingen. Juist zij spelen een sleutelrol wanneer nationale regie wegvalt of overvraagd wordt. Haperende crisiscommunicatie in Berlijn laat zien dat dit vraagt om investeren, niet om verdere uitholling.
Weerbaarheid vraagt tenslotte om een andere manier van kijken. Niet alleen: wat betekent dit voor mij?, maar ook: wat betekent dit voor ons? Wie heeft een netwerk om op terug te vallen, en wie niet? Zonder actief zicht op die verschillen groeit de kwetsbaarheid van mensen die al kwetsbaar zijn, maar ook van onszelf.
Pakken we de handschoen op?
Glimlachen om het noodpakket is makkelijk. Maar de echte vraag is hoe we de ruimte tussen individu en overheid serieus invullen. Maatschappelijke weerbaarheid ontstaat niet door spullen of protocollen, maar door mensen die zich verantwoordelijk voelen voor elkaar.
Ongeacht wat we doen, in tijden van crisis leven we samen. ‘We get to carry each other’ schreef Bono over een andere crisisperiode van Berlijn, na de val van de muur. Als het noodpakket ergens goed voor is, dan is het als herinnering dat maatschappelijke weerbaarheid niet ontstaat door spullen, maar door mensen. En dat gemeenschapsvorming geen vrijblijvende keuze is, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en samenleving. Aan het werk!
+anderen en Populytics ondersteunen samen lokale overheden op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid. Wil je hier meer over weten? Neem dan contact op met Onno de Vries (+anderen) of Shannon Spruit (Populytics).



